19/08/2026
Ondeugd van Bert Wessel
In mijn jeugdjaren hielp ik de melkboer Hummel op de Zaterdagen en in de vakantie om een paar zakcentjes te verdienen en wat later ging ik van de melk naar het brood van bakker Jansen. In die tijd kwam ik vaak bij Semmy van Coevorden aan de deur. Hij woonde tegenover de Katholieke school vlak bij de Beukenlaan.
Semmy vroeg mij dan ook wel eens wie ik was en van welke Wessel ik dan wel was. Ik vertelde het hem en dat hij wel eens bij ons thuis was geweest, wat ik ook vaak van mijn vader had gehoord. Voor en na de oorlog waren ze nog al vaak bij elkaar en Semmy en zijn broer Maurits hadden als veehandelaren wel eens koeien die dan bij mijn opa in de Gasthuisstraat in de schuur kwamen te staan.
Omstreeks eind 1980 had ik een persoonlijk gesprek met Semmy in zijn woonhuis aan de Schoonebekerstraat (red: nu Nordhornerstraat) en hij vertelde mij dat hij voor de oorlog en in het begin hiervan verliefd was geweest op een tante van mij. In het gesprek bedacht ik mij dat hij mij vroeger wel eens gevraagd had waar mijn tante woonde, ik antwoordde dan in Amsterdam. Semmy vroeg mij ook toen of zij al getrouwd was en waar ze nu woonde. Mijn tante was getrouwd met een Limburger en zij woonden bij mij in het bejaardentehuis in Oldenzaal.
In het gesprek vertelde hij mij dat hij in 1940 met een oude auto mijn tante en haar vriendin terug wilde brengen naar Amsterdam waar de beide vrouwen werkten. Ik vroeg hem dan ook of hij ze helemaal naar Amsterdam had gebracht, maar nee ze waren maar tot Zwolle gekomen.
Er was zo veel controle van landwachters op straat dat hij het niet aan durfde om verder te rijden hij is daarop terug gekeerd richting Coevorden. In het gesprek kwam ook de 2 W.O ter tafel en daarin vertelde Semmy dat hij met zijn broer Maurits in de Gasthuisstraat achter de boerderij van mijn opa een gedeelte van de gierkelder had in gericht als schuilplaats, wanneer de Duitsers of de landwachten hen zouden willen bezoeken. Hij vertelde ook dat ze regelmatig van dit verblijf gebruik hadden gemaakt. De enigen die het wisten waren mijn opa en mijn vader ondanks dat hij niet bij zijn vader op bezoek kwam.
Verder vertelde Semmy dat ze het zolang vol hadden gehouden voordat ze moesten vluchten dat tussen het boerderijtje en hun huis een hoge houten schutting was en aan de andere kant de tuin van hotel Tebbe (nu Hotel Restaurant Talens Coevorden) wel was er een goede vlucht mogelijkheid. In het gesprek kwam ook mijn vader ter tafel en hij vertelde mij dat hij eens tegen mijn moeder had gezegd: "Je mag hopen dat je zoon niet zo wordt als zijn vader, die was voor niemand bang en durfde alles te doen wat een ander niet durfde te doen!"
Ik herinner mij nog dat na de oorlog Semmy bij ons in de Molenstraat op bezoek kwam en dat alle verhalen van voor de oorlog ter tafel kwamen Nu daar werd gelachen om alle ondeugd die de heren hadden uit gevreten. Het meeste wat mij bijgebleven is dat Semmy het verhaal vertelde van de naaste buur bakker Prins, hij woonde op de hoek Gasthuisstraat Sallandschestraat.
In het bovenste gedeelte van het raam zaten luchtroosters en deze werden voorzichtig door mijn vader en Semmy verwijderd en toen zijn ze naar de boerderij van mijn opa gegaan om koeienstront te halen. De koeienstront werd dan door het rooster gegooid en gedrukt en dat kwam op het gebak en de taarten terecht. Ze werden gezien en de beide mannen moesten al het gebak en taarten op eten die voorzien waren van de koeienstront. Als ze dat niet deden zou bakker Prins naar de veldwachter gaan.
Foto v.l.n.r.: Maurits van Coevorden, heer Cokart, Slager Marten Dijkstra, Semmy van Coevorden. Minder weergeven