09/06/2019
Ode aan het echte gras!
Het zal je maar overkomen: je bent lekker aan het ‘ballen’ en plots blijven die studs steken in dat verdomde kunstgras. Dan weet je dat het erg fout kan aflopen. Wie er dit seizoen bij was op Stayen vreesde onmiddellijk voor het seizoen van Nana Ampomah. In Haspengouw bevindt het kunstgrasveld zich dan ook nog eens in vrij erbarmelijke staat.
Flashback naar vorig seizoen: een beloftenwedstrijd in barre winterse omstandigheden. Een tackle op Tuur Dierickx die slecht neerkomt. Alle toeschouwers vreesden meteen het ergste. Wat achteraf ook zo bleek te zijn. Moet ik er nog bij vertellen dat de wedstrijd op kunstgras werd gespeeld? Zelf verklaarde Tuur achteraf: “Het kunstgrasveld is niet de enige oorzaak van mijn zware knieblessure, maar het heeft er zeker niet bij geholpen.”
En dan vergeet ik nog onze jeugdspelers die na de training of de wedstrijd thuiskomen met brandwonden aan hun knieën of ellenbogen. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik val toch liever in de modder…
Kunstgras: tegenstanders vinden het competitievervalsing of een symbool van het moderne voetbal. Voorstanders wijzen op het verfijnder en technisch mooiere voetbal. Toch neemt de weerstand toe. In Nederland kan je meerdere elftallen op de been brengen met spelers, trainers en andere voetbalcoryfeeën die zich publiekelijk tegen kunstgras uiten. Ronald Koeman, Dirk Kuyt, Robin Van Persie, Arjan Robben of Ruud Gullit om er maar enkelen te noemen. Die laatste is zelfs heel duidelijk: “Het kunstgras heeft ons voetbal kapot gemaakt.”
Voor mij hoeft een kunstgrasveld alvast niet. Je kan geen mooie synoniemen bedenken voor kunstgras: dat blijft immers altijd kunstgras. Maar de synoniemen voor een natuurlijk grasveld lijken wel eindeloos: een akker, een wei, de grasmat,… En met verve wint voor mij: het terrein voor schoppenheren.
Misschien ben ik te romantisch aangelegd, maar dan is dat maar zo.