08/09/2026
Een verslagje van de afgelopen 3 excursies van PWGenk.
Op 28 juni waren we aan de Noordlaan in Genk voor het hok D64644 en begonnen we met de begroeiing op de parkeerplaats van de Turkse supermarkt. Het lijstje raakte al aardig gevuld met soorten als Plat beemdgras, Zomerfijnstraal en Echt bitterkruid. Via het hobbelige fietspad kwamen we bij een stuk me flink wat hopen zand die duidelijk deels uit tuinen kwamen en zagen we een keur aan verwilderde tuinplanten, waaronder ook Grote zandkool (moestuin) Gewone waternavel (tuinvijver) en andere aangevoerde soorten als Fluweelblad. We probeerden nu de rond de industrie opgeworpen wal te bereiken waarin heel van mijnpuin was verwerkt. Bovenop de wal vonden we een keur aan bijzondere planten waarbij vooral Aardaker opviel maar ook Ruige anjer, Boslathyrus en heel wat wilgen en hun kruisingen ons in verwarring probeerden te brengen.
De volgende bestemming was het spoorwegtalud en een randje langs het rangeerterrein, waarbij we natuurlijk uit het zicht en ook van de sporen bleven. We vonden er Melige toorts, Ronde ooievaarsbek, Kleine leeuwenbek en vooral veel Wilde marjolein, Brandpastinaak en Zeepkruid. Joris wees ons ook op de Zeepkruidkokermot (zie foto), zeldzaam, maar mogelijk ook wel vaak niet herkend. Op elke grotere populatie Zeepkruid zagen we sindsdien de kenmerkende vraatsporen. Een kleine wandeling door de woonwijk om weer bij het beginpunt te komen leverde nog Knolcyperus op, een inmiddels bekende verschijning in gemeenteplantsoen in Genk. Ergens moet er een kwekerij helemaal klem met Knolcyperus staan; die besmet nu al jaren de omgeving. Ook zagen we nog Eenjarige hardbloem in een droog gazon en de Knobbelklaverzuring die hard op weg is algemener te worden dan Stijve klaverzuring.
Een week later al, zondag 5 juli, waren we weer op stap en dit keer op een voor botanici klassieke plek; de kern van de terril van Waterschei, hok D732332. We streepten dit hok nog eens omdat ze in een meetprogramma van Flo.wer zit. In het hok waren tot dan toe al 502 soorten bekend, dus een paar extra vinden zou al een uitdaging zijn.
We begonnen met de wadi's vlakbij de afspreekplaats en vanwege kalkrijk – kalkarm, droog tot sterk vochtig ging het direct heel hard met het aantal soorten. We waren paar wadi's uit en zaten al aan de 160 soorten. Heel bijzonder waren de varens tussen de breukstenen aan de rand van 1 van de wadi's. We zagen er Stijve naaldvaren, Zachte naaldvaren, Brede eikvaren, Tongvaren en als klap op de vuurpijl; Zwartsteel. Ze waren alle 5 ook nieuw voor het km-hok. We liepen via de jonge bosjes waar een enkele boszegge langs het pad stond, naar het nieuwe fietspad dat aangelegd is in de oude spoorbedding en langs de randen was het bijzonder kruidenrijk. Vooral de hoeveelheden kaarsen (Verbascum sp.) vielen op.
Op de steile terril zelf kregen we het nog behoorlijk moeilijk met die kaarsen omdat er zeker ook de nodige kruisingen te vinden waren. Na heel wat overleg (zie foto) besloten we dat er toch minimaal enkele échte Melige toortsen en échte Vlokkige toortsen stonden. De bekende plek met Smal vlas was er nog, vlakbij spotten we nog een Bidsprinkhaan, en via de wat nattere laagte met mooie populatie Eivormige waterbies kwamen we bij een stevige plek met Bont kroonkruid. Via een enkele aanvulling nog op de lijst kwamen we weer bij het beginpunt. De lijst was bijna 300 soorten lang.
Na onze traditionele zomerpauze in vrijwel geheel juli en augustus waren we op zondag 30 augustus te vinden in de Nieuwe Kempen, Genk. We gingen het hok D73121 bezoeken. Joris had netjes gevraagd of we het deel dat in het hok viel in het park van Labiomista mochten gaan bekijken en dat was positief ontvangen. We begonnen daar dan ook daadwerkelijk met ons lijstje en kwamen er met 160 soorten weer uit. Gezegd moet worden dat de bijzonderheden zoals Bevertjes, Blaassilene, Ruige weegbree, Grote tijm, Geel walstro, Muskuskaasjeskruid, Wilde marjolein, Lidsteng en zelfs de Wilde bertram er waarschijnlijk waren geïntroduceerd met een bloemenmengsel en vijverbeplanting. Maar we vonden er ook soorten als Canadese guldenroede, Handjesgras en Grijskruid en die leken ons spontaan.
Ook net buiten Labiomista stond nog heel wat Ruige weegbree, maar we wisten de oorsprong inmiddels, dus togen we naar het moestuinencomplex om daar wat ontsnappelingen naast de tuinen te kunnen noteren. We vonden ook weer wat Knolcyperus (zie boven) en noteerden in de randjes oa. Hangende zegge, Hartgespan, Kruisbladige wolfsmelk, Venkel en Sareptamosterd. Van een Oekraïense tuinierder kregen we uitgebreid uitleg bij de toepassingen van Chinese bieslook .We verwachten nu van Joris wel enkele culinaire hapjes. We togen nu naar de grotere vijvers aan de rand van de bebouwing met nogal troebel water en konden zo nog wat oeverplanten (Veldrus etc.) en op het droge ontbrekende bosplanten (Blauwe bosbes etc.) toevoegen. Op de parkeerplaats vonden we de zeldzame verstekeling Amaranthus viridis, die we ook eens zagen in Kolderbos.
Via de bebouwing slalomden we terug naar Labiomista om natuurlijk niet blind te zijn voor allerlei straat- en wegkantplanten (zie foto). Zo stond er redelijk van Geelrode naaldaar en zagen we een niet te nader te benoemen zaailing van Catalpa staan die helaas onbereikbaar was vanwege een te stevig hek. We hadden een lijst van bij 310 soorten bij elkaar gesprokkeld.
Op 13 september gaan we weer op stap, nu te Camerlo, Genk, zie ook https://www.natuurpunt.be/werkgroepen/plantenwerkgroep-genk