02/09/2026
‘Tooveresse’ valt dood neer op de Grote Markt van Mechelen.
Bij het lezen van ‘Mechelse zeden en gewoonten’ uit 1911, geschreven door J.B. Coninckx (de toenmalige voorzitter van de Mechelse Archeologische Kring), viel mij de volgende passage op.
J.B. Coninckx haalt in zijn hoofdstuk over ‘toverij en spotterij’ een lange tekst aan die hij overnam uit ‘Gootens geschreven Mechelse kronijk’ uit het jaar 1860.
Gootens wijdde een heel hoofdstuk in zijn boek aan zogeheten ‘tooveressen’ en bijgeloof in het 17e-eeuwse Mechelen. Alles wat hij schreef, vond hij in de Mechelse archieven. En ook in de 19e eeuw waren de verhalen over heksen en bijgeloof trouwens nog erg levendig; ze werden van generatie op generatie door verteld.
Ergens in het midden van zijn hoofdstuk verhaalt hij het volgende:
“In deze tijden is te Mechelen een vrouwpersoon als ‘tooveresse gecondemneert om op de merckt gebrandt te worden’.”
Maar toen deze vrouw het stadhuis uitkwam om op de Grote Markt de vuurdood te ondergaan, viel ze dood neer na het zien van de brandstapel. Letterlijk schreef hij: “Maar soo haest sy van het stadshuys quam waar het gerecht (zetelde), bleef ze onderwegen staen, ende door vreese, schrick, ende benauwdigheid van den doodt, besweeck ze instantelyck en stierf.”
De menigte geloofde dat de duivel zelf haar nek gebroken had om haar de brandstapel te besparen. Er ontstond tumult en er werd geroepen en getierd. In dat tumult viel de toenmalige schout van zijn paard en brak zijn been. Men geloofde dat hij betoverd was door de heks. Gootens pende het als volgt neer: “Hier over syde men oock alsdan dat dit vrouwpersoon haer subietelyck sterven en den val van den burgemeester ten vooren voorseyt hadde.”
Het stadhuis van toen, waar de vierschaar zetelde, is het huidige postgebouw in Mechelen. De 'tooveresse' moet dus van daaruit richting de Grote Markt gebracht zijn.
Wat ik mij nu afvraag: wie was deze vermeende heks? Noch Gootens, noch Coninckx lieten ons een naam na, en ook een exacte datum vermelden zij niet. Gootens haalde wel aan dat: “Cort hier naer is te Mechelen een vrouwpersoon als tooversse gecondemneert synde op den rommekensberg ofte galgenberg verbrandt.”
Er zijn in Mechelen vier vermeende heksen op de brandstapel gezet: een eerste in 1601 en drie in 1642. Gebeurde het bovenstaande dan kort voordat Maria Everaerts in 1601 tot de brandstapel werd veroordeeld? Werd Maria Everaerts dan op de Galgenberg verbrand en niet op de Grote Markt, zoals bijvoorbeeld Katelijne Janssens? Het is voorlopig een zoveelste mysterieus verhaal uit Mechelen. En de zoeken verder.
Erwin Horckmans
Mysterieus Mechelen 2025