16/08/2020
Toen ik in maart plotseling mijn werk als reisbegeleidster niet meer kon doen, besloot ik om als vrijwilligster in de corona-noodopvang voor daklozen te gaan werken. Koffie schenken, eten uitdelen en het douchen reguleren voor honderd mannen in een door corona in onbruik geraakte sporthal, waar iedere dakloze een veldbed, tafel en stoel had op een ruimte van zo'n 10 m2, met ducttape op de vloer gemarkeerd. Hoewel het geheel oppervlakkig gezien een zeer ongezellige indruk maakte, zorgde de kleurrijke en zeer diverse groep 'bewoners' en medewerkers voor een bijzondere dynamiek. Polen, Litouwers, Marokkanen, Roemenen, Algerijnen, Iraniërs, Senegalezen, Engelsen en, o ja, een enkeling was Nederlands. Ik schonk heel veel mierzoete koffie, maar het mooiste waren de vele gesprekken in alle talen die ik enigszins machtig ben. Soms kort en oppervlakkig, soms langer met meer diepgang, en regelmatig schrijnend. Maar vaak stemde het ook hoopvol om de veerkracht, humor en creativiteit te zien waarmee mensen behebd waren. Het was ontroerend om de mensen in hun kamertje zonder muren te zien rondscharrelen en sommigen gaven het echt hun eigen sfeer, een enkeling zelfs met een kleedje en bloemen op tafel!
En nu, enkele maanden later, is de opvang opgedoekt en heeft de groep zich weer verspreid over overal en nergens. Zouden we een verschil hebben gemaakt? Ikzelf kijk in ieder geval terug op een bijzondere en onvergetelijke periode.